![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
||||||||||||||||||||
![]() ![]()
|
|||||||||||||||||||||||||
|
![]() ![]() ![]() Scholen & schoolmaatschappelijk werk.Scholen zien als eerste dat er iets aan de hand is met een kind. Zij kunnen deze signalen bespreken in het "Preventie- en Vroeghulpoverleg". Daar zitten de jeugdarts of jeugdverpleegkundige van de GGD, de intern begeleider van de school, de leerkracht, meestal een schoolmaatschappelijk werker en soms een medewerker van de schoolbegeleidingsdienst aan tafel. Om kinderen te kunnen bespreken is schriftelijke toestemming van de ouders vereist. Schoolmaatschappelijk werkers werken nauw samen met andere instellingen die hulp en ondersteuning bieden bij de opvoeding. Dat zijn o.a. de GGD-afdeling Jeugd, de Zorgteams, het Preventie- en Vroeghulpteam, de Schoolbegeleidingsdienst en Bureau Jeugdzorg. Naast de hulp aan ouders en kinderen biedt de schoolmaatschappelijk werker ondersteuning aan leerkrachten op pedagogisch en/of gedragsmatig gebied. Deze hulp is aanvullend op de zorg die school zelf biedt. De schoolmaatschappelijk werker houdt intensief contact met de intern begeleiders van de school. Hij werkt samen met de school en de ouders. Soms bemiddelt hij tussen de school en ouders. |
||||||||||||||||||||||||